Zonder eigenaren geen hippische topsport: in de spotlights Eugène Reesink
Zonder eigenaren van de topatleten die we tijdens het CHIO in de piste zien is er geen topsport. Daarom zetten we regelmatig één van deze mecenassen van de paardensport in het zonnetje. Dit keer spraken met een eigenaar wiens naam steeds vaker opduikt op toonaangevende concoursen en wedstrijden. Een eigenaar met ambities. We spraken Eugène Reesink in de omgeving waar hij zich thuis voelt, zijn schitterende bedrijf in de Achterhoek.
Eugène is 65 jaar, maar denkt nog niet aan ophouden. Hij is getrouwd met Annebeth en samen hebben ze twee zoons, Bas en Bram. Bas woont op het bedrijf in Eibergen en Eugène woont zelf in Winterswijk, volgens hem het mooiste stukje Achterhoek dat er is. De familie heeft twee bedrijven, in Eibergen en Uden. De laatste is de thuisbasis van Dinja van Liere. Bas is de beoogde opvolger. Bram heeft een goede functie in een ICT-bedrijf en woont met zijn gezin in de Achterhoek.
Self made
Eugène, grappend: “Waarom paarden? Omdat ik niets anders kan. Maar zonder dollen, ik was bezeten van paarden en had echt een ontzettende hekel aan school. Na een aantal turbulente middelbare schooljaren, kwam ik met mijn vader overeen dat als ik mijn Havo diploma zou halen, ik het mocht proberen in de paarden. Als ruiter was ik niet goed genoeg. Even heb ik aan hoefsmid gedacht, maar ik ben me toe gaan leggen op de handel. Ik deed vanaf mijn veertiende vakantiewerk bij grotere fokkers in de omgeving en las de hippische bladen van A tot Z. Destijds was ik ervan overtuigd dat je voor werk in de paarden geen opleiding nodig had. Ik vond dat ik genoeg leerde in de praktijk. Met mijn vader ben ik een dag in Deurne wezen kijken, maar gezien mijn school attitude vond mijn vader dat geen goed idee. Zo heb ik, zoals velen, zelf mijn weg gevonden in de paardenwereld. Ik ging handelen in paarden en pony’s in alle disciplines, springen, dressuur en eventing. Ik ontmoette mijn vrouw doordat ik een paard verkocht aan een klant van Gerda Smelt (Haaksbergen) waar Annebeth voor werkte en in 1988 zijn we getrouwd. In de beginjaren verkochten we vooral veel jonge paarden. We kwamen er achter dat twee- en driejarige dressuurpaarden veel makkelijker te verkopen waren dan springpaarden van die leeftijd. Zo zijn we steeds meer de dressuurkant op gegaan.
Ruiter bepaalt veel
Wie de dressuuruitslagen in ons land volgt, zal het opvallen dat er momenteel veel Reesink paarden in de bovenste regionen te vinden zijn. We vragen Eugène naar zijn geheim. Eugène, bescheiden: “Ik weet niet of er een geheim is. Ik ben ervan overtuigd dat succes in de dressuur voor een groot gedeelte wordt bepaald door de ruiter. We hebben altijd goede paarden gehad bij goede ruiters. Leida Strijk, Hans Peter Minderhoud en Jessica Lynn Thomas bijvoorbeeld. Ook hadden we veel goede hengsten die we verhuurden. Echter, we brachten hele goede paarden weg om te dekken, maar kregen vaak matig gereden paarden terug. In 2020 kwam Bas met het idee om een eigen dekstation met eigen ruiters te beginnen. In die tijd hadden we contact met Dinja, die toen aan de vooravond van haar Grand Prix successen stond. Van het één kwam het ander en we kwamen overeen dat ze onze paarden ging rijden en daarbij haar eigen accommodatie kreeg. Eind 2020 begon ze in Uden, in Corona-tijd. Ze begon met drie hengsten: McLaren, Mauro Turfhorst en Frankie Lee. Het bedrijf groeide en ontwikkelde zich steeds. Er kwam onder andere een tweede ruiter in dienst, Kim Alting. Vanaf dat moment hebben we de beschikking over twee erg goede ruiters, wat in mijn ogen erg belangrijk is. Zoals eerder benoemd, bepaalt een ruiter in mijn ogen een erg groot deel van de kwaliteit van de combinatie. Door de samenwerking met deze ruiters houden we onze paarden langer aan. Voorheen verkochten we als ze vijf of zes jaar waren, maar we hebben zelf de omstandigheden gecreëerd om ze langer aan te houden. Op onze bedrijven vind je geen overbodige luxe, maar alles heeft wel kwaliteit als basis.”

Eerste keer CHIO in 1980
“Ik kwam voor de eerste keer op het CHIO toen jullie de alternatieve Olympische Spelen organiseerden. De echte Spelen waren in Moskou. Was dat in 1980? Typisch CHIO Rotterdam vind ik het Kralingse Bos en het mooie pad naar de stallen. Ook vind ik de sfeer altijd goed en heel gemoedelijk. Tenslotte is de uitstraling van jullie concours heel bepalend. Ik ga niet veel naar concoursen, maar de laatste jaren wel naar Rotterdam.”
“Ik ga ervan uit dat ik dit jaar ook weer van de partij ben. Niet alleen om naar Dinja te kijken, maar misschien ook naar Dominique Filion. Dominique rijdt ons paard The Boss succesvol in de Grand Prix. We werken al lang samen met Dominique en in onze ogen behoort zij tot de categorie betere ruiters. Buiten het CHIO om kom ik eigenlijk nooit in Rotterdam. Ik heb geen directe connectie met Rotterdam en daar komt bij dat ik een buitenmens ben. Ik geniet van de streek waarin ik leef. Sommige mensen houden van de zee, anderen van een heuvellandschap en ik houd van de Achterhoek met haar coulisselandschap en vele loofbomen.”

Aken en Los Angeles
Terug naar de sport. Gaan we Reesink paarden zien op het Wereldkampioenschap later dit jaar in Aken en op de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles? Eugène: “Op Aken hoop ik ja, maar dat ligt er aan hoe de observaties gaan verlopen en alles moet heel blijven. Over 2028, ik ben niet alleen eigenaar van Dinja haar huidige toppaard Mauro Turfhorst. De mede eigenaar Familie Koele – Stoeterij Turfhorst droomt ervan om met zijn allen naar hun paard op de Olympische Spelen te gaan kijken. Wij zijn echter handelaar en paarden lang houden is altijd een beetje spannend. Ik geef geen garanties, maar ik sluit ook niets uit.”
McLaren, Mauro Turfhorst, Red Viper
“Over dat paarden houden, het helpt natuurlijk wel dat onze paarden hengsten zijn. Het is gewoon moeilijk, we zitten vaak in een spagaat. Er is altijd vraag naar de paarden die Dinja rijdt, maar je wilt je ruiters ook houden. Op dit moment zijn McLaren, Mauro Turfhorst en Red Viper niet te koop, mede omdat we ons dekstation intact moeten houden. Daarnaast, als wij twee of drie keer voor een groot kampioenschap onze beste paarden verkopen, houden wij Dinja ook niet. Natuurlijk is op een zeker moment alles te koop, maar dat moment moeten we zorgvuldig afwegen. Als we te vroeg verkopen, gooien we alles wat we zorgvuldig hebben opgebouwd weer overboord.”
“Het mooiste moment in mijn paardenleven vanaf het moment dat we met Dinja gingen samenwerken? Dat was zonder twijfel toen Dinja en de toen pas negenjarige Vita di Lusso in Aken aan de start kwamen. Tussen alle wereldtoppers werden ze tweede en derde. Op dat moment kreeg ik kippenvel. Maar hier thuis kan ik ook erg genieten van een paard zoals McMary. Als Phoebe Peters Mcmary traint krijg ik op sommige momenten kriebels in mijn buik.”
Toch Los Angeles
“Mijn favoriete Reesink paard tot nu toe is Vitalis. Ik was altijd zo onder de indruk van dat paard. Zowel van zijn kwaliteit als zijn karakter. Het was echt een eye opener voor mij dat karakter ongelooflijk belangrijk is bij een paard.”
“Of ik nog dromen heb? Ja, om terug te komen op je eerdere vraag, dat is toch wel om samen met de Familie Koele (mede-eigenaar van Mauro Turfhorst) naar de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles te gaan.”
Minder paarden, meer kwaliteit
Het loopt naar wens binnen de bedrijven. We vragen onze gesprekspartner wat zijn zoon Bas en hij over tien jaar doen. Eugène: “Toevallig hebben we deze winter een gesprek gehad over de toekomst. De komende jaren willen we meer goede paarden kopen en houden voor onze ruiters. Je kunt 20 veulens kopen, maar als je er dan vier of vijf goede aan overhoudt is dat veel. We willen daarom wat minder veulens kopen en wat meer oudere paarden. Kort gezegd willen we ons minder gaan bezig houden met paarden die niet goed genoeg zijn voor onze ruiters. We willen ons bedrijf in Uden naar een nog hoger niveau tillen. We streven naar vijftien à twintig hele goede paarden voor onze ruiters. Mijn vrouw, zoon en ik runnen dit bedrijf samen. Annebeth en ik hebben inmiddels vier kleinkinderen waar we ook van willen genieten. Het bedrijf zoals het nu is, is te groot voor iemand alleen. We willen kleiner en meer kwaliteit. De weg hier naar toe is ingezet en we gaan hier drastisch mee door.”
Dinja en lijstjes
De naam Dinja van Liere is al diverse keren genoemd. We vragen ons af, waarom zij en geen andere ruiter? Eugène: “Het liep zo. We hadden al paarden bij haar staan en zoeken niet alleen goede paarden, maar ook talentvolle ruiters. Dinja stak destijds al met kop en schouders boven het maaiveld uit en we kwamen op het goede moment. En Dinja was toe aan een ander hoofdstuk in haar leven.”
Eugène is eerlijk en openhartig. We vragen naar een bijzondere eigenschap van hem die leuk is om te delen met onze volgers. Wederom is hij eerlijk. Eugène: “Mijn vader zei altijd dat als ik kon hinniken en brok kon eten, ik zelf een paard was geweest. Maar ik geloof niet dat ik bijzondere eigenschappen heb.” Op dat moment komt een medewerker binnenlopen, die benoemt dat Eugène wel degelijk een aparte eigenschap heeft, “hij is van de lijstjes.” Eugène lachend: “dat klopt, ik ben heel erg van de lijstjes. Ik schrijf alles op, dat geeft me rust en vervolgens geef ik die lijstjes aan iedereen zodat ze kunnen afstrepen. Het is voor mij een perfect geheugensteuntje. Paarden die niet goed genoeg zijn, hengsten op een keurig die me interesseren, tuinwerkzaamheden, ik deel alles in groepen, vakjes en hokjes in. Eerlijk gezegd ben ik ook best lui en zo hoef ik niets te onthouden.”
Betere voorlichting voor mensen zonder kennis van paarden
We zouden nog uren met deze belangrijke paardeneigenaar voor TeamNL dressuur door kunnen praten, maar we beseffen dat zijn agenda bomvol is en willen niet te veel van zijn tijd in beslag nemen ondanks dat hij ontspannen lijkt te zitten en enthousiast vertelt. We vragen Eugène het gesprek zelf af te sluiten. Wederom volgt een verassend antwoord. Eugène: “Ik vind dat we in de paardenwereld nog steeds niet beseffen dat mensen die niets met paarden hebben de grootste groep zijn. We moeten deze groep veel beter voorlichten. Ik vind dat hier een taak ligt voor de KNHS. Ik zou hiervoor social media gebruiken. Reels kunnen hier bijvoorbeeld bij helpen, positieve reels. De invloed van social media is groot en we laten veel kansen liggen. Als we niet iets gaan doen, zouden we ons zelf nog wel eens gigantisch in de voeten kunnen schieten. Nogmaals, we vergeten dat het merendeel van de wereld niets met paarden heeft. Instanties in onze sport die hierin iets kunnen betekenen, doen dat niet genoeg. Paardenmensen denken in paarden en snappen niets van mensen die dat niet snappen. Personen die hierin een rol kunnen spelen? Wellicht een Britt Dekker of een Laurens van Lieren?”
“Als allerlaatste wil ik nog graag benadrukken dat wij weliswaar mooie bedrijven hebben, maar dat alles bij Reesink Stallions alleen maar mogelijk is doordat wij fantastisch personeel hebben!”
Mooie woorden van een bevlogen eigenaar die naar eigen zeggen gek van paarden is, maar weinig van de sport weet. We waarderen zijn bescheidenheid, maar denken dat die sportkennis erg meevalt. Dank voor dit bijzondere gesprek Eugène, maar zeker ook voor je gastvrijheid. Dank ook nogmaals voor alles wat je voor TeamNL dressuur doet en ongetwijfeld nog gaat doen. Heel veel succes verder en vergeet niet te genieten. Heel graag tot juni in het Kralingse Bos.
